Hoe dan ook Soeverein

Door Jeroen den Uyl 1 augustus  2022

Soevereiniteit in Eigen Kring
Abram Kuyper ontwikkelde het begrip Soevereiniteit in Eigen Kring als een beginsel voor mensen om zich te weren tegen een overheid die zich aan het eind van de 19de eeuw steeds meer ging bemoeien met de manier waarop mensen zich organiseerden. Geleid door de liberale regeringen (oa Thorbecke) bemoeide de overheid zich meer en meer met het onderwijs en andere levenssferen. Abram Kuyper verdedigde de protestantse levenswijze in alle levenssferen (zorg, onderwijs, etc) tegen de verwatering die dreigde door de ‘heidense’ overheid.

Ik heb een bewondering voor Kuyper omdat hij daarmee ook een grondlegger is van de maatschappijvisie op de gemeenschap, wat we nu de commons noemen. Hij stelde een rechtsfilosofie op, later uitgewerkt door anderen, die de basis voor zijn leer was. In wezen stelt hij dat mensen samen hun eigen levenssfeer moeten kunnen behartigen zónder inhoudelijke bemoeienis van de overheid (of de marktsector).

Overmacht én onmacht
Inmiddels zijn we 140 jaar later. De overheid heeft – ondanks Kuypers’ wensen – zich in elke vezel van ons leven genesteld. Daar zou misschien nog wat voor te zeggen zijn als de overheid een magnifieke service zou verlenen. Dan krijg ik ‘precies dat wat ík nodig heb, precies op tijd, geleverd door een operationeel excellente overheid’. Maar dat is helaas niet het geval. De overheid presteert niet adequaat.

De oorzaken zijn legio, denk aan het stelselmatig rouleren van topmanagement waardoor inhoudelijke vakkennis en -betrokkenheid verloren gaat, het niet weerstaan van de hectiek van de politieke wensen, het versterken van de complexiteit, het uitknijpen van de contactmomenten, het outsourcen van kerntaken, het aannemen van flexwerkers, laag geschoold personeel, etc, etc. De overheid belooft ons welvaart en vertaalt elk probleem in een nieuwe dienst dat tot op het microniveau, het individu, wordt geleverd. Dat is natuurlijk ondoenlijk. Dan loopt alles ook vast. De bagage chaos op Schiphol is er niets bij.

Ondertussen staan de mensen machteloos als ze de almacht van de overheid tegenover zich vinden. Vraag het maar de inwoners van Groningen of de slachtoffers van het kinderopvangtoeslag-schandaal. Of vraag het aan de mensen die van hun moeder boodschappen ontvingen terwijl ze een uitkering kregen.
Het is schrijnend dat, ondanks die overmacht, de overheid zo belabberd presteert op het terrein van duurzaamheid, inkomenszekerheid, armoede, schulden, woningen, beschikbare zorg en gezondheid.
Het is overmacht en onmacht tegelijk.

Zelforganisatie als redmiddel
Dat onvermogen wordt opgemerkt. Inmiddels groeien de maatschappelijke zelforganisaties tegen de klippen op. Opgericht door mensen die met elkaar een publieke taak op zich nemen waar de overheid het laat liggen. Denk aan energiecoöperaties, zorgcoöperaties, collectieve woonprojecten, wooncoöperaties, broodfondsen, voedselcoöperaties etc.

Deze coöperaties geven vorm aan het aloude beginsel Soevereiniteit in Eigen Kring in onze nieuwe tijd. Niet om de overheidsbemoeienis terug te dringen, maar om de klaarblijkelijke onmacht en het onvermogen van de overheid te omzeilen en te vervangen door collectieve kracht van inwoners.

Het beginsel dat altijd geldt
Soevereiniteit in Eigen Kring is een sterk beginsel. Het werkt als de overheid zich nog niet manifesteert in onze leefwereld maar wel aanstalten maakt én het werkt als de overheid dat juist te veel doet. In beide gevallen willen we Soeverein zijn in onze eigen Kring.

Maatschappij en Leiderschap | copyright 2020 | Annuleringsvoorwaarden | Privacybeleid

Een protestlied dat de wereld rond gaat

Door Jeroen den Uyl 3 juni 2022

De Turnclub is een initiatief van Merlijn Twaalfhoven. De Turnclub bestaat uit een grote groep van kunstenaars die meer maatschappelijke impact willen maken. Denk aan een kunstschilder die niet alleen een schilderij wil maken dat via een galerie in een museum belandt, maar in plaats daarvan meer impact zoekt (al geef ik graag toe dat museale tentoonstellingen ook impact maken, denk maar aan het werk van Ai Wei Wei en de Guernica van Picasso). In de Turnclub helpen de kunstenaars elkaar om hun impactvolle kunstprojecten te realiseren.

Merlijn heeft mij gevraagd verschillende kunstenaars te ondersteunen bij hun plannen. Zo sprak ik Christie de Wit, een componiste/ dirigente. Zij bezocht het Griekse Moira, het vluchtelingenkamp waar de bewoners in mensonterende omstandigheden opgesloten zitten. Dat drong bij haar binnen. Dit is zo oneerlijk! En wat kon ze nou doen?

Ze componeerde een protestlied dat gezongen kan worden door basisschoolleerlingen. Een lied met een pakkend refrein en een couplet dat makkelijk kan worden aangevuld met zelfbedachte teksten. Zo kan het lied meer en meer verspreid worden en kunnen kinderen hun eigen inzichten in het lied opnemen. Dan wordt het ook echt hún lied, en dat zullen hun ouders en familie vast te weten komen. Zo gaat het protest ineens viraal.

Wil je Christie financieel steunen bij haar project? Doneer:  https://www.doneeractie.nl/de-wereld-is-van-ons-allemaal/-62731

Elementen om impact te maken
In dit verhaal zitten zes sterke elementen die voor iedereen geldt die impact wil maken:
1. Zorg voor een prikkelend onderwerp dat je moeilijk kan negeren (het vluchtelingenkamp)
2. Zorg voor een sterke emotie (oneerlijkheid van behandeling van de vluchteling)
3. Zorg voor een middel dat makkelijk communiceerbaar is (lied gezonden door kinderen met pakkend refrein)
4. Zorg voor een heldere ruimte waar men op kan inhaken en eigenaarschap kan creëren (een lied met een goed aanpasbaar couplet)
5. Maak het makkelijk om het delen en anderen te infecteren (familie leden, ketting-lied op youtube)
6. Laat je eigen betrokkenheid verder los, zodat anderen er helemaal mee aan de haal kunnen gaan.

Ga maar na hoe jij je projecten inricht waar je impact mee wilt maken. Welk onderwerp, welke emotie, hoe inhaakbaar, hoe communiceerbaar is het? En hoe kan jij jouw rol hierin ook echt onderschikt maken?

Maatschappij en Leiderschap | copyright 2020 | Annuleringsvoorwaarden | Privacybeleid

Jouw gedurfde droom

Door Jeroen den Uyl 19 mei 2022

Durf jij te dromen? Durf je echt het onmogelijke te dromen? Veel van die dromen hou je voor je, want ze worden al snel als ’niet haalbaar’ en inderdaad als dromerij afgeschilderd. En dan sta je met je dromen aan de kant. En toch is dromen nodig. Zonder gedroomde uitkomst, komt er geen visie en maak je geen energie los. Als er iets nodig is om complexe maatschappelijke issues op te lossen dan is het dromen. Anders blijft alles uiteindelijk bij het oude. Met logisch denken komen we er niet, dat is wel gebleken.
Daarom sta ik even stil bij dromen en hoe die droom voeding is voor een doel dat groot en aantrekkelijk is.

De grote zoete droom
Denk even aan iets groots. Iets moois. Iets wat onrealiseerbaar lijkt maar wel begeerd wordt.
Zoals Riek Bakker droomde van een welvarend Rotterdam Zuid dat helemaal onderdeel zou zijn van de stad Rotterdam. Als je weet hoe Rotterdam Zuid er uit zag en er nu voor een deel ook nog steeds uitziet. Dan zie je dat die droom wel mooi is. Maar ook lijkt het haast onrealistisch. Iets wat je niet zomaar even fikst en misschien duurt het wel langer, zo lang dat jij dat zelf niet meer in jouw leven meemaken zal. Zoiets moeilijks heeft een droom nodig.

Een droom maakt los, zet in beweging
Wat doet die droom doet met jou, met je omgeving, je stakeholders. Hoe werkt het op hen in? Welke kwaliteiten zitten in de droom? En omdat een ‘goede’ droom je pakken kan en iets losmaakt, iets in beweging zet dat je niet kan voorzien dat niet lineair is in te richten, is ook het proces heel belangrijk.
Hoe laat je een droom werkelijkheid worden? Wat moet je doen en niet doen om de droom je te laten sturen in het hier en nu? De droom veroorzaakt beweging; mag ik mee doen?! De droom die mensen in beweging brengt en uitdaagt. Iets onmogelijks doen. Een mens op de maan zetten. Een droom die fijn is om aan te werken, die een ‘platform’ is voor allerlei ideeën, motieven en kansen die in het licht van de droom tot bloei kunnen komen.
In beleidstermen, een droom die meekoppel-kansen biedt voor allerlei wensen en dossiers. Deze droom noemen we ook wel Big Hairy Audacious Goal, oftewel Groot Gedurfd Dapper Doel (GGDD).

De droom die in je zit
Een Groot Gedurfd Dapper Doel is soms al onbewust onderdeel van je handelen. Als je terugkijkt op waar je mee bezig was, zit er vaak een droom onder die veelal niet ter sprake komt. Deels komt dat doordat je er niet bewust van was. En hoe komt dat? Omdat je misschien wel het dromen was afgeleerd. Omdat dromen naïef is. In de ogen van anderen, en soms ook in je eigen ogen omdat je die meningen bent gaan internaliseren.
Dus wordt het tijd je ketens af te leggen en je dromen te erkennen en op te poetsen. En als je ze durft te delen, gaan anderen er mee aan de haal.

Verzameling grote dromen
Sinds enige tijd verzamel ik Grote Gedurfde Dappere Doelen. Ik ben gefascineerd door die doelen, en vooral ook hoe de mensen zich vrij kunnen maken om die droom na te jagen. En vaak ook met succes! In het boek APPPLE – eerste hulp bij integrale gebiedsontwikkeling  beschrijf ik er een aantal voor gebiedsontwikkeling. Zoals de Kop van Zuid in Rotterdam, van Riek Bakker, de gebiedsontwikkelaar des vaderlands.
Wil je er meer van weten? Dat raad ik aan het boek te lezen. Scan de QR code.
Mocht je een Groot Gedurfd Dapper Doel kennen en dat willen delen, mail die dan. Wie weet neem ik dat op in een mooi overzicht.

QR code boek
Maatschappij en Leiderschap | copyright 2020 | Annuleringsvoorwaarden | Privacybeleid

Liefde – present of bekneld?

Door Jeroen den Uyl 28 maart 2022

In mijn vorige blog deelde ik iets over boosheid. Boosheid kan je geselen. Het versterkt je ego. Of boosheid kan, als je die niet botviert en jou laat leiden, je kracht geven. Dan is emotie een ingang voor transformatie tot een krachtig persoon die niet van de leg raakt als het ego wordt geraakt.

Naar aanleiding daarvan kreeg ik een paar leuke reacties. Mijn oud-collega Hans N. vroeg mij of deze effecten ook werken bij positieve gevoelens zoals liefde. Kan er, als liefde wordt gevoeld, ook sprake zijn van een soortgelijk effect dat het je geselt en je ego er groter en sterker van wordt? En als dat zo is kan je de liefde dan ook als emotie gebruiken om te transformeren?
Ik moest er even over nadenken, want liefde is in wezen een gewenst gevoeld en niet zozeer een emotie. Hoe kan je nou tegen liefde zijn? Nee toch?
Een prikkelende vraag, maar in wezen gaat het er helemaal niet om dat je tegen boosheid of tegen liefde bent. In het Boeddhisme gaat het er niet om wat een emotie of gevoel is. Het gaat er om te werken met wat er is. Als liefde zich aandient, dan is dát een ingang voor zelfreflectie. Wat is de liefde die ik voel? Waarom raak ik getriggerd door dit positieve gevoel. Hoe laaf ik me eraan? Blijf ik zelf nog wel staan?

Afhaken of aanhaken
In wezen kan je zeggen dat bij ongetransformeerde boosheid je afhaakt van waar je boos op bent, meestal ben je boos op een ander. Bij liefde is dat andersom het geval. Als liefde je aanraakt en je ego zwelgt daarin, dan ga je niet afhaken maar aanhaken. Dan is de liefde een ‘excuus’ om in de ander te verdwijnen. De liefde wordt een beknellende ervaring voor de ander en in wezen ook voor jezelf. Dan vervormt de liefde in een egocentrisch troostende situatie. De liefde als schaars goed dat jij nodig hebt om te blijven staan.
In relaties zien we het zelfde gebeuren, afhakend gedrag wordt gevoed door bindingsangst. En bij aanhakend gedrag is verlatingsangst de bron. Hannah Cuppen schrijft hierover in haar bestseller Liefdesbang.

Verstikkende liefde
Adam Kahane beschrijft dit in zijn prachtige boek, Power and Love for sociale change. Macht en liefde zijn in hun vervorming beknellende gedragingen. 

Kahane beschrijft de verstikkende liefde van de moeder voor haar kind, overbezorgd en aandacht toe-eigenend. Het kind kan geen kant meer op en wordt door de liefde verstikt. De moeder haalt als het ware zelfwaarde voor zich zelf op bij het kind.

Presente liefde
Hoe ziet de liefde er in getransformeerde hoedanigheid uit? Hoe kan liefde vrij zijn van beknelling en aanhaken?
Natuurlijk wil je de vervorming van liefde tackelen; je wilt niet wilt aanhaken in de relatie met de ander en verdwijnen in de ander. Als je de ander echt kan zien, hem/haar zien als iemand die op zijn/haar eigen benen staat, dan leg je je aandacht niet geheel bij de ander, maar verdeel je die over de ander en over jezelf. Jijzelf, met je eigen gewicht op aarde, de gronding die je in jezelf ervaart. In dat evenwicht kan je de ander zien. Dan neem je opener waar, zie je de ander in de context van de ruimte, het moment. Je neemt zo scherp waar dat je over al liefde in kan zien, de lach, de zinnen die gesproken worden, een rimpeling op het voorhoofd, een geste. Alles wat je waarneemt is deel van een groter deel van verbinding, van twee zelfstandige liefdevolle wezens.
Je bent present in de ruimte. Je bent in contact met de ander en met jezelf.
Wat een mooi idee, liefde als bron voor presentie.

Maatschappij en Leiderschap | copyright 2020 | Annuleringsvoorwaarden | Privacybeleid

Van Grief naar Perspectief

Door Jeroen den Uyl 1 maart 2022

Corona is een kanarie in de kolenmijn. Denk maar aan de klimaatverandering die al voelbaar is, de biodiversiteit die enorm is afgenomen, een overheid die niet ingrijpt maar inert blijkt te zijn en grote problemen niet aanpakt, een krach in de rechtsstaat die systematisch discrimineert, en – tussen ons als inwoners van ons land- een permanent wantrouwen jegens elkaar over wat waar is. Tussen vaxx en anti-vaxx, tussen Trump-aanhangers en Trump-haters.
Ieder van ons wordt geconfronteerd met grote uitdagingen in een complexe wereld waarin weinig houvast te vinden is. Je kan niet weten wat waar is. Jouw cirkel van betrokkenheid en cirkel van invloed lopen regelmatig nogal uit elkaar.

Eco en Socio Grief
Dat veroorzaakt onrust, depressief en rouw. We zien de dreigingen, we worden er naargeestig van en we realiseren ons dat we afscheid moeten nemen van een oude vertrouwde wereld van weleer. Er is zelfs al een definitie van deze staat van bewustzijn: Eco Grief.
En ik voeg er een andere aan toe: Socio Grief. Want niet alleen ons klimaat verandert, ook onze sociale verhoudingen veranderen, hoe we samen leven en hoe de instituten momenteel functioneren. Ook daar treffen we groeiende tegenstellingen aan die onoverbrugbaar lijken.
In de training Corona en jij? (gepland op 31 maart as) besteden we aandacht aan dit gevoel. Hoe gaan we om met de Eco Grief en Socio Grief. Hoe kom je uit de grief in een nieuwe perspectief?
We gebruiken daarvoor de vier centrale vragen van de beweging Deep Adaptation. Jem Bendell, de inspirerende leider van deze beweging, gaat er vanuit dat de klimaat crisis als te ver heen is en we dus die verandering als feit moeten accepteren. Om dat te doen stelde hij vier vragen op die ons besef kunnen verruimen.

Ook op sociaal terrein kunnen we aannemen dat het wantrouwen tussen inwoners zo groot is, dat we die niet zomaar kunnen herstellen en zullen moeten werken aan nieuwe oplossingen.
• Veerkracht: wat waardeer je dat je wilt behouden en hoe?
• Loslaten: wat moet je loslaten om het niet erger te maken?
• Herstel: wat kan je herstellen om je te helpen in deze moeilijke tijden?
• Verzoening: met wat en met wie zal je vrede moeten sluiten als je met hen bewust bent van jullie wederzijdse sterfelijkheid?

De beantwoording van deze vragen geeft al een verruimd bewustzijn en maakt dat je uit de groef van de grief kunnen losmaken.

Het maximale uit je team
De volgende stap is hoe je jouw betrokkenheid kan verbreden van ‘ik ‘ naar ‘wij.’ Dan zoeken we naar nieuwe manieren van samenwerken en interactie. We gebruiken daarvoor bijzondere en bewezen effectieve werkvormen van Musework. Een gereedschapskist met indrukwekkende manieren van samenwerken, interactie, inspelen, samen bouwen en teamvorming.

Hoe zou het zijn als de ene persoon zijn of haar vraag beantwoordt met jouw eigen vraag en die van de andere aanwezige deelnemers? Of als je een vraag van een ander beantwoordt met uitgebreide beschrijving van een metafoor?
Als je deze vormen in een groep van meerdere mensen toepast, ontstaat er een geweldige input met een grote rijkdom. Het geeft je vertrouwen in de mogelijkheden om nieuwe antwoorden te vinden.

En dan de grote stappen
Maar wat ga je nou morgen doen? Je hebt je cirkels van betrokkenheid en invloed weer verbonden en je hebt je samenwerking op orde. Maar wat zijn dan je nieuwe stappen, waarbij je grief je kracht is geworden? Dan helpt het als je dat met een visualisatie de eerste stappen in beeld brengt. En vervolgens kan je dat nog concreter maken. Wat mij helpt is de five bold steps. Waarmee je jouw visie bepaalt en verfijnt en je de (onvermoede) uitdagingen en hulpbronnen in beeld brengt en last but not least: de belangrijke concrete stappen die je kan gaan zetten.

Corona en jij? helpt je op deze manier om je grief om te zetten in nieuw perspectief.

Maatschappij en Leiderschap | copyright 2020 | Annuleringsvoorwaarden | Privacybeleid
afbeelding bij Emotie - vriend of vijand?

Emotie - vriend of vijand?

Door Jeroen den Uyl 27 januari 2022

Mag ik nog boos worden? Dat vroeg ik me toen ik Eckhart Tolle las, lang geleden. Toen ik het pad van spiritualiteit betrad, las ik als een van de eerste boeken de Kracht van het NU van Eckhart Tolle. Een heel fijn boek over hoe je in het moment kan zijn. Niet met de zorgen over wat was of gaat komen, maar gewoon in het nu verblijven met alles wat er is. Of dat nou goed en fijn is of juist niet. In het nu bewustzijn vergroten zodat je wat je ervaart kan ‘containen’ en dat je kan ontspannen in wat er is.

Emoties als je gesel
Wat mij altijd is bijgebleven, is een uitspraak van Tolle dat emoties een lastig element zijn. Emoties versterken je opvattingen, je constructen waar je aan hecht. Je bent boos omdat je niet de promotie krijgt die je verdient. Je status wordt aangetast. Je wordt door een bepaald besluit in verlegenheid gebracht. Je ego wordt gegeseld en wil zich verdedigen; dan spelen de emoties op. In dat soort situaties doemen verschillende emoties op: schaamte, angst, boosheid.
Dat zette me wel aan het denken. Mag ik niet meer boos zijn? Ik ging kijken naar mijn eigen boosheid. Ik ging ook letten op hoe en wanneer anderen hun emoties uitten.
Het idee is natuurlijk niet dat je geen emoties als boosheid mag hebben. Maar wel dat boosheid een goede ‘verklikker’ is dat het ego geraakt is. Het ego dat de situatie niet kan tolereren omdat de bestaande overtuigingen en waarden in het geding komen.

afbeelding bij Emotie - vriend of vijand?

Op die manier heb ik heel wat stemmingen in mijzelf onderzocht, waarom ik minachtte, boos werd, of afhield en onderdook. Ze maakten zichtbaar waar mijn ego butsen opliep en wat dat met me deed en ook hoe ik er op een andere, lichtere manier naar kon kijken, waardoor ik de emoties minder serieus hoefde te nemen.

Emoties als je bron
Sinds een aantal jaren verdiep ik me ook in het Boeddhisme. Daar onderzocht ik de werking van emotie verder. Boeddhisten omarmen boosheid, want voor hen is boosheid een ingrediënt dat kan transformeren in kracht. Van ongericht schreeuwen, vuisten op tafels, en serviesgoed dat er aangaat, naar gerichte inzet van kracht, precies gedoseerd gericht op creatie.
Zie je de kracht die daar in besloten ligt? Het is een enorme bron van vitale kracht. Uiteraard moet je voor de transformatie wel iets doen. Door met de boosheid te zijn (niet afkeuren en niet afweren) kan de boosheid zakken en transformeert deze als het ware in een geweldige steun, beslistheid om te handelen. De kracht wordt niet op anderen uitgeleefd, maar geeft in het eigen bewustzijn een helder weten en helder doen.

Emoties als zegen
Op deze manier worden emoties je vriend en partner in je leven. Niet door ze volledig uit te leven zoals een drama-queen dat doet, maar door ze te verteren en als waarachtige kracht en kwaliteit in te zetten.

Maatschappij en Leiderschap | copyright 2020 | Annuleringsvoorwaarden | Privacybeleid

Ontvangstkracht - sleutel voor innovatie

Door Jeroen den Uyl 6 januari 2022 

We lezen over personeelstekort. De vergrijzing hakt er in. Ondanks alle automatiseringen in de economie zijn er vele handen nodig, in de energie, de zorg en het onderwijs. Prachtige banen die je niet zo makkelijk in digitale bits kan omzetten. Met geen mogelijkheid gaan we al die banen vervullen.
We zullen dus innovatief moeten zijn om het vraagstuk van arbeidstekort op een heel andere manier op te lossen. Een manier die ik al eens probeerde in het onderwijs, is om ouders een plek te geven in de klas.

Inspiratie is het goud
Wat herinner jij nog van jouw lagere of middelbare school? Meestal komt dan die inspirerende leraar of lerares naar voren. Bij mij waren dat de heren Leij en Kouwenhoven. Van hen kreeg ik respectievelijk geschiedenis en tekenen. Voor altijd hebben zij mij geraakt met hun passie en fascinatie voor hun lesstof. Ik kon meegaan en ze ‘hadden’ me. Verder komen er geen leraren bij me op. Wel momenten, momenten dat iemand iets heel wijs zei, of iets compleet nieuws. Dan spitste ik mijn oren. Vaak begreep ik pas later wat er eigenlijk gezegd werd. Ook zo’n prikkelmoment helpt je voor te bereiden op de toekomst.

100 verhalen per klas
Die gedachte stond centraal. Je hoeft geen leraar te zijn om een kind te raken, met je passie en kennis over een onderwerp. En in een klas zitten 30 kinderen en achter elk kind gemiddeld 2 en gezien het aantal scheidingen wel 4 ouders. Dan kom ik op zo’n honderd ouders. Samen hebben die honderd verhalen waar ze kinderen mee kunnen boeien.
Dat was het idee: we gaan op een school de klas uitbreiden met een naschoolse ouder-programma. Dan gaan de ouders met een groepje leerlingen in gesprek over hun passie/ werk / hobby etc.
Zo gingen we met een openbare basisschool in Amsterdam NieuwWest dit concept uitproberen. Samen met een paar andere adviseurs ging ik aan de slag op drie scholen. En wat bleek? Ja ouders willen graag bijdragen, aan de school van hun kinderen. Het is een makkelijke manier om bij te dragen door te vertellen over wat je goed kan en leuk vindt. Velen vinden dat leuker dan in de medezeggenschapsraad zitten. Het is een toegankelijke taak voor elke ouder. Want de één kan goed koekjes bakken, een ander kan spannende verhalen vertellen en de moeder die achter de kazen staat bij de lokale supermarkt weet heeft veel van kaas. Een ander was verpleegster en wilde het ziekenhuis laten zien. Een autodealer parkeerde een auto en ging met een wereldkaart erbij vertellen over alle onderdelen van de auto en waar die vandaan komen.

Kanteling: surplus
In wezen hebben we allen veel te bieden aan onze kinderen. We hebben kennis opgedaan, kregen fascinatie  voor ons beroep, onze studie. We leerden levenslessen. We kunnen meerdere ervaringen in verschillende beroepen en situaties aan elkaar knopen. We hebben dus veel te bieden, veel inzichten op verschillende niveaus: theoretisch, beschouwelijk, praktisch en toegepast. Kinderen smullen daarvan omdat ze haarfijn kunnen aanvoelen of iemand een lesje opdreunt of werkelijk vanuit zijn eigen diepe motivatie en passie spreekt.
Dit surplus is onnoemelijk groot. Ieder van ons onderschat wat hij/zij te vertellen heeft of kan doen met de kinderen. Soms omdat we een beetje het contact met onze eigen passie zijn kwijtgeraakt of dat we geringschattend doen over waar we ‘van zijn’. Daarom is het voor ons allen van belang te beseffen dat we veel te geven hebben. En dat je de schroom mag laten om dat surplus frank en vrij te geven.

Geefkracht aanspreken
Wij hebben allen een enorme geefkracht. Als je vanuit die geefkracht denkt, zijn veel problemen niet meer zo groot. Iedereen die iets makkelijk kan geven, doet dat graag; het geeft een gevoel van betekenis te zijn in een inspirerend contact met de ander die jouw kennis en inspiratie graag ontvangt; het geeft de gever vleugels. Geven is het ontvangen.

Ontvangen is een kunst
Nou zo simpel is het niet voor de scholen. Zij hebben veel moeite om de geefkracht van de ouders te ontvangen. Je kan pas de geefkracht van de samenleving opwekken als je de ontvangstkracht van het onderwijs (en dat geldt natuurlijk ook voor de zorg en de energiewereld) hebt versterkt.
Voor het onderwijs betekent het toelaten van de geefkracht dat je je curriculum even moet loslaten, dat je de orde in je klas niet meer alleen bepaalt, dat allerlei routines ter discussie komen. En als onderwijzers een beetje ijdel en eigenwijs zijn, is dat nog een tandje moeilijker. Hoe logisch is het niet om gewoon vanuit je eigen discipline je werk te organiseren zoals je dat zelf het liefste doet? In mijn project was het duidelijk. Er is geen ontvangstkracht maar ontvangstzwakte.

Mijn ervaring op de drie scholen maakte dat we al snel een parallelle schooltijd gingen bouwen, na afloop van de reguliere schooltijd, een soort naschoolse activiteiten. Zo konden we én de behoefte te geven van de ouder honoreren en konden we de ontvangstzwakte omzeilen. Voor het lerarentekort bracht deze oplossing toen geen soelaas. Maar omdat de nood steeds hoger wordt verwacht ik toch dat scholen zich eerder hun best gaan doen om beter te ontvangen.

Maatschappij en Leiderschap | copyright 2020 | Annuleringsvoorwaarden | Privacybeleid

Tension and release

Door Jeroen den Uyl 20 december 2020

In de jaren tachtig van de vorige eeuw was ik productieleider van een moderne dans groep. Na mijn rechtenstudie was ik werkloos. De baan als productieleider deed ik met behoud van uitkering. Ik was blij met deze functie; ik werkte het vuur uit mijn sloffen om deze dansgroep te ondersteunen bij de realisatie van een voorstelling. Het betrof moderne dans uit de jaren vijftig die opnieuw opgevoerd werd. Daar ontmoette ik Daniel Lewis, hij was toen 55 jaar oud, een oud danser en choreograaf uit de VS. Lewis was naar Nederland gehaald om de dansers een klassiek modern dansstuk in te laten studeren. Ik wist niets van moderne dans, ik was door toeval in deze dansgroep aanbeland en had het heel erg naar mijn zin, tussen de danseressen en dansers, in het vuur van een artistiek proces. Ik vroeg Daniel ‘Wat is moderne dans eigenlijk?’ en hij antwoordde, ‘It’s tension and release’.

Open deur of een houvast
Ja duh, dat is nogal een open deur. Wie dat vindt kan ik geen ongelijk geven. Maar toch! Het besef van spanning en ontspanning helpt. Het geeft mij een bredere blik op wat ik wil bereiken, niet alleen mijn actie maar ook het effect ervan, en op basis daarvan weer mijn (re-)actie. Het ritme veroorzaakt een soort pas, een tred of cadans. Dat geeft ruimte in gesprekken, maar ook in het lanceren van projecten.

Ik herinner me deze waarheid op diverse momenten in mijn werk. Als ik coach, of als ik projectvoorstellen bepleit, als ik mensen probeer te enthousiasmeren om mee te doen in een project etc.
Dan dansen we samen, met spanning en ontspanning.

Maatschappij en Leiderschap | copyright 2020 | Annuleringsvoorwaarden | Privacybeleid

Alles in één hand

door Jeroen den Uyl, 9 nov 2021

If you pay peanuts, you’ll get monkeys?
Vaak denk ik aan dit gezegde. Ik vertaal het graag in mijn praktijk met de volgende regel: Als je mensen geen verantwoordelijkheid geeft, worden ze monsters. Als je mensen juist wel verantwoordelijk houdt, gaan ze zich ook verantwoordelijk gedragen.
Eerst even over die monsters. Als de overheid allerlei zaken voor en over jou bepaalt. Je hebt er geen invloed op en je moet je gedrag steeds aanpassen, dan komt er weerstand. Als je niet gehoord wordt, als je niet een behandelend ambtenaar kan bereiken, en als de overheid zich verschuilt achter websites en belmenu’s. Dan heb je geen invloed op je eigen leven. Dat zet kwaad bloed. Je vertrouwt de overheid minder en minder. Het veroorzaakt een kloof, apathie, murwheid en weerstand.
Geldt dit ook bij jou? Of niet? Want je hebt wellicht nog andere ingangen om jouw situatie te bepleiten. Maar als je weinig inkomen hebt en weinig opleiding, dan is het eerder van toepassing denk ik.
Maar het spiegelbeeld van het gezegde is dus ook waar. Hoe kunnen we mensen meer invloed op hun eigen leven geven? Zodat ze blijer en verantwoordelijker zijn en hun cirkel van invloed en van betrokkenheid meer bij elkaar komen te liggen?

Contexten voor maatschappelijke zelfsturing
Al jaren lang ben ik gebiologeerd door het fenomeen dat de context helpt om het goede te doen. Als je de omgeving goed inricht, ontstaat er ‘vanzelf’ goed gedrag. Onder goed gedrag versta ik gedrag dat rekening houdt met de ander (in het heden, verleden en toekomst). De context, dat is een (fictieve, fysieke of virtuele) ruimte, waarin mensen met elkaar afstemmen om de verantwoordelijkheid die ze met elkaar hebben, goed uit te oefenen. Een context is effectief wanneer het individu merkt dat zij/hij de taak die behartigt moet worden, kan beïnvloeden. In mijn boek ‘Powerswitch, naar een vitale samenleving’ beschrijf ik deze contexten uitgebreid. Ik noem ze contexten voor maatschappelijke zelfsturing.

Regelvrije verkeersplein
Jarenlang gebruikte ik het voorbeeld van het regelvrije verkeersplein: de plek zonder regels, waar het voor de verkeersdeelnemer duidelijk is dat zij/hij met andere verkeersdeelnemers verkeersveiligheid produceert, in ieders belang. Of je nou rijk of arm bent, stom of slim, blind of mobiel. Iedereen op het plein heeft hetzelfde belang. Om het goed voor je zelf te hebben, wordt je verleid om het goed te doen voor de ander; iets wat ook voor de ander geldt en zo ontstaat een stabiele verkeersveiligheid (het is onderzocht dat op regelvrije verkeerspleinen minder ongelukken zijn dan in verkeerspleinen met borden, stoplichten en wegmarkering).
In het voorbeeld van het regelvrije verkeersplein is dat een samenleving van toevallige samenkomende verkeersdeelnemers. Maar als we onze kinderen op school doen creëren we een jarenlange verbinding tussen de ouders, de kinderen en de leerkrachten. In elk van deze contexten hebben we in meer of mindere mate invloed op ons eigen leven. In elk levensgebied (zoals zorg, onderwijs, werk) zijn deze contexten te bedenken en te maken.

Nu kwam ik laatst in gesprek met Jan Peter Balkenende. Hij is ook een fan van wat hij publieke verantwoordelijkheid noemt. Ieder mens heeft een taak om in het publieke domein verantwoordelijkheid te dragen, voor de ander, voor de toekomst, de natuur en klimaat etc. Dat is een taak van ons als mens, niet voor de overheid of de markt, maar voor ieder van ons individueel als onderdeel van de samenleving.

Beslissen, betalen en genieten in één hand
Jan Peter Balkenende beschreef de context van maatschappelijke zelfsturing in een trits: beslissen, betalen en genieten in één hand. Hij erkende ook dat het lastig is, want de politiek en bureaucratieën vinden het moeilijk los te laten.

Zo ben ik sinds enige tijd met de vermaatschappelijking van de zorg bezig. Hoe kunnen we mensen gezamenlijk invloed geven op hun eigen gezondheid en zorg. Waarom geven we mensen in een gebied niet samen de verantwoordelijkheid voor hun eigen zorg en gezondheid te zorgen?
Wat is goede zorg? Dat beslissen ze zelf. Wat mag dat kosten? Dat bepalen ze ook samen. En dus genieten zij de zorg die ze zelf definiëren en betalen. Het lijkt simpel en dat is het ook. Al is het systeem wat we hebben, er niet op ingericht, dit is wel de richting die we op moeten gaan. Want als we beslissen, betalen en genieten niet in één hand leggen, krijgen we monkeys.

Maatschappij en Leiderschap | copyright 2020 | Annuleringsvoorwaarden | Privacybeleid

Zonder routine geen innovatie

Door Jeroen den Uyl 5 oktober 2021

Wij, die maatschappelijke impact willen maken, de wereld beter willen maken, wij hebben moeite met de routine, het beheer en reguliere gang van zaken. Als alles goed georganiseerd is, de werkprocessen goed zijn ingericht, dan wordt er geleverd. Operational excellence, of een tandje minder. Maar innovatie vind je er niet.

Wij, die zoveel ambitie hebben, wij voelen ons vermoeid. Hebben geen geduld, willen mensen meenemen die denken en handelen vanuit routine.

Dat overkwam mij. Als nieuwe ideëen niet landen, de bestaande organisatie steeds doorgaat op routine, hoe kan je dan je idee in uitvoering brengen? 

Mijn worsteling
Ik deel je graag mijn eigen ervaring. In verschillende werkkringen heb ik altijd affiniteit gehad met de innovatie. In de politiek koos ik voor andere strategiën, in de overheid introduceerde ik nieuwe sturingsmodellen en later, als partner bij een groot adviesbureau, introduceerde ik een maatschappelijk impactvolle werkwijze waar ook goed mee verdiend werd. Maar hoe effectief was ik eigenlijk? Als ‘innovator’ had ik eigenlijk te weinig achting voor de routine van de organisatie waar ik werkte. Het oude consultancy verdienmodel van uurtje factuurtje, of in de ambtenarij, dat overal een nota over geschreven moet worden voor dat iets echt kan gebeuren.


Ik had weerzin tegen dat deel van de organisatie en dat zat me dwars, al zag ik dat niet. Ik plaatste me er mee op afstand, op een soort zelfgenoegzaam eiland van innovatoren. Een innovatie-elite die of witte wijn sipten of hippe baardjes hadden en de ontdekkers waren van speciaal biertjes als Manneliefde ofzo. Wat ik als innovator deed, was niet effectief; ik benutte de routine niet, ik keek er op neer.
Natuurlijk gebeurt dat ook andersom. De routine-matige mensen in de organisatie vinden die innovatoren maar lastig en beschouwen op hun beurt hen als quantité negligeable.
Als je niets doet, is dat de status quo. Als twee schepen die elkaar passeren midden in de nacht. Een synergie van nul komma nul.

Het ego van de innovator
Blijkbaar had ik het nodig. Ik had het nodig me af te zetten tegen de rountine-matige onderdelen en werkwijzes. Het zorgde ervoor dat ik me beter voelde, verheven wellicht. Mijn ego vraagt erkenning en die kreeg ik niet van de routine matige collega’s maar wel van mijn eigen beeld over hen.
In de zijnsoriëntatie kan je zeggen dat je op deze manier afhaakt. Je zet jezelf op afstand, veilig in je kokon. Dat gecombineerd met groepsdynamica waarin innovatoren onderling elkaar bevestigen in de beelden die ze over de ander hebben.

Het verband tussen routine en innovatie.
Dat brengt me bij het inzicht dat een origineel, innovatief idee, pas goed kan gedijen als je verbinden blijft met ‘de ander’. Dat je present blijft in contact, ook al doet die ander iets (routinematige werken in dit geval) dat jou niets lijkt te brengen. Door in verbinding te blijven, kan er iets ontstaan dat zowel de positie van de innovator als die van de routinematige collega’s versterken kan. 

Als de routine aangeboord kan worden, heb je een enorme kracht te pakken, een innovatie wordt onderdeel van kerntaak van een organisatie. Innovatie wordt dan een nieuwe routine. Dan is de cirkel weer rond.

Laat alle innovatoren de routine in de organisatie als krachtbron benutten.

Maatschappij en Leiderschap | copyright 2020 | Annuleringsvoorwaarden | Privacybeleid